De wichelroede

Een opmerkelijk voorbeeld van een pseudo-theorie.

 

J. de Ruiter

Februari 2019

 

Al eeuwenlang wordt de wichelroede genoemd en gebruikt als een eenvoudig “werktuig” om wateraders, ertsen, “aardstralen” en ook andere zaken in de bodem op te sporen.

De meest voorkomende typen zijn:

 

Op internet is onnoemelijk veel te vinden over deze twee en ook andere vormen van wichelroedes, plus de talrijke “toepassingsmogelijkheden”.

In dit stukje zal ik daar verder geen samenvatting van geven, laat staan een uitgebreid overzicht. Daar is gewoonweg geen beginnen aan. Dat hoeft ook niet, want voor een zeer uitvoerige uiteenzetting over de pseudo-wetenschappen wichelroede en aardstralen kan verwezen worden naar het uitstekende artikel van Jan Willem Nienhuys in Skepter. Zie [1].

 

Wichelroede en aardstralen zijn slechts twee voorbeelden van het grote aantal pseudo-theoriën die door grote groepen aanhangers gekoesterd worden. Voor een grondig opgezette encyclopedie over pseudo-wetenschappen zie [2].

 

Dat de werking van wichelroedes en het bestaan van aardstralen niet aangetoond kunnen worden is genoegzaam beschreven, zowel in bovengenoemde publicaties als in andere publicaties en uitgevoerde testen.

Enige voorbeelden:

 

1928:

Test op de Universiteit van Leuven of wichelaars van een aantal flesjes konden vaststellen welke water bevatten en welke niet. Liep op niets uit.

 

1948:

Testen van wichelroedelopers door de KNAW, zonder positief resultaat.

 

1955:

Eindrapport Onderzoek van de betekenis van de wichelroede voor de landbouw, van de KNAW, met vernietigende conclusies.

 

1990 (november):

Uitvoering van een driedaagse test in Kassel naar de resultaten van het werken met een wichelroede.

Georganiseerd door de GWUP( de Duitse tegenhanger van de Stichting Skepsis), de Hessische Rundfunk en James Randi (de bekende Amerikaanse goochelaar, scepticus en bestrijder van pseudo-wetenschappen).

Alles werd in het werk gesteld om de test statistisch deugdelijk op te zetten en de uitvoering maximaal correct te laten verlopen. 20 wichelroedelopers werden in de gelegenheid gesteld om hun prestaties te tonen bij twee soorten experimenten: het detecteren van stromend water in leidingen en het detecteren van voorwerpen in afgesloten containers. Voor reproduceerbare scores boven de toevalsgrens werd een beloning van 20.000 DM uitgeloofd. De beloning hoefde echter niet uitgereikt te worden.

 

In latere jaren zijn meer testen uitgevoerd door de GWUP, al dan niet in samenwerking met James Randi. Tot op heden heeft dat niet tot positieve uitkomsten geleid.

 

We moeten helaas concluderen dat, ondanks het feit dat voor de werking van wichelroedes en het bestaan van aardstralen geen plausibele theorieën bestaan en de werking en het bestaan ook nooit aangetoond zijn in een serieus opgezette testopstelling, het geloof in deze pseudo-theorieën hardnekking blijft voortbestaan. Hoe is dit mogelijk? Daarover gaat dit artikel.

 

Instandhoudende factoren voor het geloof in de pseudo-theorie van de wichelroede

 

1.

Hoe eenvoudig kan het zijn?

De meest belangrijke factor is dat een groot deel van het publiek zich niet realiseert dat de wichelroede door een minimale beweging al van stand kan veranderen en dat op uitermate veel plaatsen sowieso water in de bodem te vinden is.

Het is dus eerder een kunst om de wichelroede niet te laten bewegen op plaatsen waar geen water in de bodem zit.

De wichelroede is een sterk instabiel systeem. Zonder dat de wichelroedeloper enige beslissing neemt kan de wichelroede van stand veranderen. Als de wichelroedeloper dan stelt dat er water gevonden is, dan klopt dat ook in een aantal gevallen.

We kunnen het nog duidelijker formuleren: als iemand op een willekeurige plaats beweert, al of niet na enige poespas uitgevoerd te hebben, dat er water in de bodem zit, dan zal dat in een aantal gevallen ook uitkomen.


2.

De transcendente verleiding.

De transcendente verleiding, door Kurtz (zie [3], blz. 87) omschreven als de eeuwenoude fascinatie van de mens voor het onbekende, gevolgd door de toevoeging of toelichting dat mensen een diep verankerde behoefte hebben om in magische, occulte of bovennatuurlijke krachten te geloven. Kurtz spreekt hierbij het vermoeden uit dat de transcendente verleiding een biologische of sociologische basis heeft. Kurtz noemt de transcendente verleiding de allerbelangrijkste oorzaak voor de wijdverbreidheid van het geloof in paranormale verschijnselen.

Nanninga (zie [4], blz. 9) schrijft: “Wonderbaarlijke vermogens, mysterieuze krachten en geheime bronnen van kennis hebben de mens door de eeuwen heen gefascineerd.”

3.

Geen oog hebben voor toeval en dan zin of betekenis veronderstellen, ook als deze er niet is.

Te weinig idee hebben van kansen.

 

4.

De verleidelijkheid om paranormale prestaties te fingeren.

De fascinatie voor het onbekende maakt dat het ook verleidelijk is om paranormale prestaties voor te wenden. Dit trekt belangstelling en maakt indruk.

 

5.

Onvoldoende kennis hebben van de natuurwetenschappen.
Op dIt vlak is het publiek vaak onkundig.

 

6.

De rol van publiciteit.

Al eeuwenlang krijgt deze pseudo-theorie de aandacht. Of men het nu wil of niet, bij herhaling bereikt ons positieve publiciteit of komen we mensen tegen die “resultaten” hebben meegemaakt. Artikelen, reclamemateriaal, advertenties, radio- en tv-uitzendingen en natuurlijk internet nu ook leveren materiaal waardoor de indruk ontstaat dat wichelroedes toch echt geen onzin kunnen zijn.

 

7.

Commerciële belangen.

Met de verkoop van wichelroedes en met wichelroedelopen valt ook geld te verdienen.

 

8.

De rol van de wetenschap.

De autoriteit van wetenschap staat tegenwoordig bij een deel van het publiek onder druk. Dat de wetenschap terecht communiceert dat er genoeg vragen niet beantwoord zijn, wordt door een deel van het publiek verkeerd begrepen en biedt dan ruimte om te denken dat bepaalde pseudo-theorieën best waar kunnen zijn. De openheid van de natuurkunde en sterrenkunde e.d over diverse wetenschappelijke onzekerheden heeft dus ook ongewenste effecten.

Daar komt bij dat aangaande paranormale zaken contra-informatie uit de natuurwetenschappen onvoldoende doordringt. Zie  [3], blz. 86.

Sommigen zijn daannaast ook van mening dat er meer is tussen hemel een aarde dan de wetenschap doorheeft.

En tensoltte, de wetenschap zendt een tegenstrijdige boodschap uit: zij communiceert zelf wel prestaties te leveren die boven het mogelijk geachte uit lijken te gaan, maar wekt de indruk dit soort berichten van anderen te negeren.

 

9.

De rol van het onderwijs.

In het onderwijs wordt weinig of geen aandacht geschonken aan pseudo-wetenschappen.

 

10.

De enorme overdosis aan informatie.

Door Kurtz (zie [3], blz. 88) als volgt geformuleerd: “We worden voortdurend gebombardeerd met allerlei claims en beweringen, of het nu gaat om medicijnen, economie, politiek, het paranormale of wat dan ook. Zelfs voor de meest ontwikkelde mensen wordt het steeds moeilijker om de diverse claims naar waarde te schatten en uit te maken wat waar is en wat niet.”

 

Eigen ervaring met de wichelroede

 

In 2008 moest een gecertificeerd bedrijf ons huis aansluiten op de waterleiding. Daartoe moest de gemeentelijke waterleiding opgespoord worden. De graver pakte er direct een wichelroede bij, uitroepende dat al zijn collega’s ook dit hulpmiddel gebruikten, en had de buis al snel te pakken. Althans, dat dacht hij. Dit bleek echter de gasbuis te zijn die even later al direct kapot gestoten werd. De waterleiding bleek na de gasbuisreparatie ruim een meter verder te liggen.

Kijkend naar de ligging van ons huis en de ligging van de straat en het trottoir had ik beide buizen zelf ook redelijk nauwkeurig kunnen aanwijzen.

 

 


Verwijzingen

 

1.     Jan Willem Nienhuys, Aardstralen zijn op uw portemonnee gericht!, online publicatie, 2000, www.skepsis.nl

2.     Marcel Hulspas & Jan Willem Nienhuys, Tussen waarheid & waanzin. Een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, Uitgeverij De Geus, Breda, 1997.

3.     Felix Eijgenraam, In dienst van de verwondering, Aramith Uitgevers, Bloemendaal, 1990.

4.     Rob H. Nanninga, Parariteiten. Een kritische blik op het paranormale, Het Spectrum, Utrecht, 1988.