Het geloof in paranormale zaken

Inleiding

Het geloof in paranormale zaken, i.h.b. paranormale geneeswijzen (kwakzalverij)

J. de Ruiter
Januari 2011


Onze verre voorouders

Het is alleszins begrijpelijk dat in het verre verleden, door gebrek aan inzicht in de materie, voor veel fenomenen nog geen juiste verklaring mogelijk was. Homo sapiens zoekt echter wel een verklaring. Dit zal met name gelden als het gaat om opmerkelijke verschijnselen in de hem omringende wereld. Het gevolg zal dan zijn: vermeende verklaringen en vermeende oplossingen, die lang stand kunnen houden, omdat “tegenbewijzen” nog niet mogelijk zijn en vermeende oplossingen (bijv. bij ziekte) vaak de schijn van werking hebben.

Maar er speelden natuurlijk meer effecten, ook bij onze verre voorouders. Mensen merkten gaandeweg dat het rapporteren van een opmerkelijk verschijnsel belangstelling voor de rapporteur genereert, dat het kunnen geven van een verklaring voor een fenomeen indruk maakt en dat het weten van een oplossing, in het bijzonder bij ziekte, aanzien of zelfs macht geeft. Er zal dus vermenging ontstaan met trucmatige of gefantaseerde verschijnselen en oplossingen.

De hedendaagse situatie

Met het opkomen van de reguliere wetenschappen bleken vermeende verschijnselen, vermeende verklaringen en vermeende oplossingen niet gaandeweg te verdwijnen! Er bleef ruimte voor, erg veel zelfs, met vaak grote aantallen aanhangers. Vanuit wetenschappelijk perspectief lijkt dit in eerste instantie verbazingwekkend. Pseudo-wetenschappen bloeien echter, omdat tegenbewijzen ontbreken, lijken te ontbreken of het grote publiek ontgaan, terwijl daarentegen het aantal factoren dat bijdraagt aan de instandhouding groeit. De wetenschappelijke revolutie is nog niet gelukt (Kousbroek).

Waar we bij onze verre voorouders nog konden spreken van vermeende verschijnselen, vermeende verklaringen en vermeende oplossingen, bij gebrek aan inzicht in de materie, spreken we nu van paranormaal, met paranormaal als volgt gedefiniëerd:

onmogelijk / onmogelijk lijkend / in hoge mate onwaarschijnlijk vanuit de reguliere wetenschappen gezien.

Het doel van deze studie is niet het ontmaskeren van paranormale entiteiten (dat gebeurt al in ruime mate), maar primair het zicht krijgen op de oorzaken van het bestaan en de instandhouding van paranormale entiteiten, plus de relatie met reguliere wetenschap. Hoe kan het dat er zo’n groot aantal paranomale entiteiten is, ondanks de aanwezigheid van een behoorlijke hoeveelheid kennis en inzichten vanuit de reguliere wetenschap?

Deze vraag heeft mij jarenlang mateloos verwonderd en geïntrigeerd. Met name de publicaties van Nanninga (1), Eijgenraam (2), Renckens (3), Hulspas & Nienhuys (8), De Regt & Dooremalen (10) en Derksen (11) zijn hierbij een belangrijke katalysator voor een verdere zoektocht geweest.

Instandhoudende factoren voor het geloof in paranormale entiteiten
De sleutel tot het begrijpen van het wijdverbreide geloof in paranormale zaken ligt in het onderkennen van instandhoudende factoren. Deze factoren kunnen ingedeeld worden in vier categorieën:

-        instandhoudende factoren die in de mens zelf zijn verankerd;

-        instandhoudende factoren in de sfeer van ontbrekende kennis;

-        instandhoudende omgevingsfactoren;

-        instandhoudende factoren die specifiek zijn m.b.t. paranormale geneeswijzen;

In totaal heb ik 37 instandhoudende factoren kunnen vinden, resp. 6, 6, 10 en 15 voor de vier categorieën.
Deze lijst is aanzienlijk langer dan het totaal van de opsommingen van een aantal andere auteurs: Nanninga (1), Kurtz (2), Renckens (3), Borst (9), De Regt en Dooremalen (10).
Deze lange lijst maakt duidelijk hoe robuust het geloof in paranormale entiteiten vervlochten is in onze hedendaagse maatschappij en ook dat dit fenomeen veel meer omvat dan veelal gedacht wordt.

Paranormale entiteiten (ook wel kortweg paranormaliteiten genoemd) blijken in te delen in de volgende categorieën:

-        paranormale verschijnselen
(verschijnselen: alle verschijnselen in de materiële wereld om ons heen),

-        paranormale vermogens (van mensen),

-        paranormale theorieën,

-        paranormale geneeswijzen.

 Paranormale verschijnselen, paranormale vermogens en paranormale geneeswijzen zijn vaak gekoppeld aan een paranormale theorie (in een aantal gevallen van minimale omvang).
Onder pseudowetenschap versta ik een paranormale theorie van grotere omvang.

Zie Hulspas & Nienhuys (8) voor korte beschrijvingen van de meeste van de hierna opgesomde paranormaliteiten. Zie Nanninga (1) voor grondige en gedetailleerde beschrijvingen van een aantal belangrijke paranormaliteiten. Ook de geschiedenis van de parapsychologie (de studie van bijzondere vermogens van de menselijke geest) wordt in dit boek zeer duidelijk beschreven.
Zie Renckens (3) en Van Dijk (6) voor opsommingen van paranormale (lees: alternatieve) geneeswijzen.

Conclusies en vragen

Het geloof in paranormaliteiten is een zeer hecht geheel, omdat het de resultante is van een respectabel aantal factoren, van combinaties van deze factoren en ook van wisselwerking tussen deze factoren. De vraag kan dan ook gesteld worden of het geloof in paranormaliteiten wel ooit zal verdwijnen.

Belangrijker is echter eerst de vraag in hoeverre het ook gewenst zou zijn dat het geloof in paranormaliteiten verdwijnt. Wat biedt het mensen en wat onthoudt het mensen? En in hoeverre kan het schadelijk zijn?
Deze vraag is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Wat is er gevaarlijk aan dat iemand in spoken gelooft? Of in UFO’s? Geloof in de ontkenning van de holocaust daarentegen brengt zeker risico’s met zich mee voor de maatschappij. Homeopathische middelen gebruiken bij tamelijk onschuldige aandoeningen kan waarschijnlijk geen kwaad. Maar “ingestraald” water nemen bij darmkanker is spelen met de dood. Tv-programma’s over het zgn. zesde zintuig kunnen gezien worden als amusement, maar het wordt riskanter als daar ook kinderen bij betrokken worden. Zo kunnen we nog een hele tijd doorgaan. Het is duidelijk dat er risico’s zijn. Maar dit is nog niet voldoende om te concluderen dat een samenleving beter af zou zijn zonder geloof in paranormaliteiten.

Welke mechanismen zouden kunnen bijdragen aan het verminderen van het geloof in paranormaliteiten?
Ook op deze vraag is geen eenvoudig antwoord te geven. De Regt en Dooremalen (10, blz. 7) stellen dat het tandem wetenschap plus educatie een “antigif” zou kunnen zijn. Verondersteld dat deze optie zou kunnen werken, dan is de af te leggen weg echter bij lange na niet eenvoudig: eerst bereiken van draaagvlak bij de diverse stakeholders, vervolgens besluitvorming over partiële hervorming van het onderwijs, daarna implementatie. Alleen de eerste twee stappen behelsen in feite al een brede maatschappelijke discussie.

Illustratief voor de moeilijkheid om het geloof in paranormaliteiten te bestrijden is ook het volgende. Met enige regelmaat zien we op tv een discussie over het onderwerp reguliere geneeskunde versus alternatieve geneeswijzen (kwakzalverij). Het resultaat is altijd hetzelfde: vaak fel (en soms bitter) discussiërende vertegenwoordigers van de reguliere geneeskunde tegenover (stug) volhoudende vertegenwoordigers uit de alternatieve hoek, met vaak bijval uit het publiek voor de laatste categorie. De reguliere medici realiseren zich onvoldoende dat ze hier een onbegonnen strijd voeren tegen minstens 37 tegenzittende factoren en dat de discussie eerder in hun nadeel uitpakt!

Bij het geloof in paranormaliteiten gaat het veelal om het geloof dat er nog andere werelden, andere energieën, andere krachten, andere vermogens en andere kennisbronnen zijn. Het geloof in paranormaliteiten komt, kort samengevat, eigenlijk neer op het geloof dat er meer is tussen hemel en aarde en dat er meer samenhang in de dingen is dan wij weten. Het geloof in paranormaliteiten heeft daarmee een sterk religieuze dimensie. De zgn. transcendente verleiding (Kurtz) en de behoefte aan religie liggen dicht bij elkaar.
Er is echter wel een belangrijk verschil. Geloof in paranormaliteiten is per definitie onverenigbaar met reguliere wetenschap. Geloof in de zin van religie kan zich echter wel verdragen met reguliere wetenschap. Religie kan gezien worden als het antwoord op de meest abstracte en generale vraag die de mens kan stellen en onontkoombaar ook stelt: waartoe dient het geheel der dingen? De reguliere wetenschap geeft hier niet alle antwoorden. De astronomie levert wel theorieën over het ontstaan van het heelal en over ruimte en tijd, maar het begin van ruimte en tijd vallen eigenlijk buiten ons denkvermogen. De evolutietheorie verklaart hoe uit het begin verschillende soorten zijn ontstaan, maar niet het begin zelf. Meer algemeen geldt dat de reguliere wetenschap vragen overlaat die waarschijnlijk niet door de reguliere wetenschap beantwoord kunnen worden. Tussen wetenschap en geloof ontstaat pas een moeizame relatie als religieuze teksten te letterlijk geïnterpreteerd worden.

Verwijzingen

  1. Rob H. Nanninga, Parariteiten. Een kritische blik op het paranormale, Het Spectrum, Utrecht, 1988.

  2. Felix Eijgenraam, In dienst van de verwondering, Aramith Uitgevers, Bloemendaal, 1990.

  3. Cees Renckens, Hedendaagse kwakzalverij. Alternatieve geneeswijzen nader beschouwd, Prometheus, Amsterdam, 1992.

  4. Piet Vroon, Wolfsklem. De evolutie van het menselijk gedrag, Ambo, Baarn,1992.

  5. Peter Bügel, De dokter moet wat strenger zijn, Intermediair 29(7), 19 februari 1993.

  6. Paul van Dijk, Geneeswijzen in Nederland. Compendium van alternatieve geneeswijzen, 8e, geheel herziene druk, Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1993.

  7. Peter Bügel, Het Repelsteeltje-effect, Intermediair 30(50), 16 december 1994.

  8. Marcel Hulspas & Jan Willem Nienhuys, Tussen waarheid & waanzin. Een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, Uitgeverij De Geus, Breda, 1997.

  9. Piet Borst, Waarom trekt alternatief? NRC Handelsblad, 16 december 2000.

  10. Herman de Regt & Hans Dooremalen, Wat een onzin! Wetenschap en het paranormale, Boom, Amsterdam, 2008.

  11. Ton Derksen, De ware toedracht. Wetenschapsfilosofie voor waarheidszoekers, Veen Magazines, 2010.