Instandhoudende factoren in de sfeer van ontbrekende kennis

1.
Onvoldoende kennis hebben van wetenschappelijke methoden en wetenschappelijke resultaten.
De wetenschappelijke revolutie is eigenlijk mislukt (Kousbroek).
Op het vlak van wetenschap is het publiek grotendeels onkundig. Contra-informatie uit de reguliere wetenschap dringt nauwelijks door bij paranormale zaken. Zie Eijgenraam (2, blz. 86).

2.
Niet onderkennen van toeval.
Een goed voorbeeld van niet onderkennen van gewoon toeval: dromen dat de echtgenoot is gesneuveld. Geen toeval, denkt men. In oorlogstijden wordt echter vaak gedroomd dat de partner op het slagveld omgekomen is. In een aantal gevallen zal dat dan ook daadwerkelijk uitkomen.

3.
Te weinig idee van kansen hebben.
Het inschatten en berekenen van kansen is voor veel mensen problematisch en dat kan ertoe leiden dat normale gebeurtenissen als paranormaal worden gezien. Zie o.a. Nanninga (1, blz. 97-101).
Dat kansen een moeilijke materie vormen, blijkt niet alleen uit psychologische experimenten, maar ook in het wiskunde-onderwijs, zelfs aan wiskunde-studenten. Kansrekening zit inderdaad vol met onverwachte effecten. Zo maar een voorbeeld: 
Experiment: 9 worpen met een dobbelsteen. 
Uitkomst: w .
p( w ) = 6 -9 » 10-7

Dit simpele voorbeeld alleen al maakt duidelijk dat het om ons heen wemelt van gebeurtenissen met een kans van nagenoeg 0! Immers, het gegeven voorbeeld kan direct worden veralgemeniseerd tot een veel grotere categorie voorbeelden.

4.
Niet doorhebben dat het een truc is.
Goochelaars kunnen gemakkelijk voor paranormaal begaafden doorgaan. Een bekend voorbeeld is Uri Geller. Zie Nanninga (1, blz. 48-64).
 
5.
Niet doorhebben dat er sprake is van een gewone techniek.
Een bekend voorbeeld van zo’n techniek is cold reading. Met vage en algemene uitspraken kan in een bepaalde setting toch indruk worden gemaakt. Met uitspraken in vragende vorm kan feedback worden gekregen, die dan de paragnost weer een stapje verder helpt. Zie Nanninga (1, blz. 74-75).
Mentalisten daarentegen willen juist demonstreren dat er alleen maar sprake is van een techniek.

6.
Niet weten dat het fysiologisch wel mogelijk is.
Bekende voorbeelden:
op blote voeten over gloeiende stenen of kolen lopen zonder zich te branden; 
over een laag glasscherven lopen zonder letsel op te lopen.