Instandhoudende omgevingsfactoren

1.
De rol van de media.
De tv biedt met enige regelmaat uitzendingen op het gebied van paranormale zaken aan, waarbij de indruk ontstaat dat er werkelijk bijzondere dingen gebeuren.

2.
De rol van uitgevers.
De markt is zeer groot, alleen al vanwege de in ons verankerde fascinatie voor het onbekende (factor 1). Het is commerciëel zeer interessant om hierop in te spelen, zowel voor schrijvers als uitgevers. Bij het grote publiek wordt hierdoor de mening alleen maar versterkt dat het toch niet allemaal onzin kan zijn, dat er meer is tussen hemel en aarde en dat de wetenschap dit ook allemaal niet weet en/of (al dan niet bewust) negeert.

3.
De rol van de wetenschap.

3.1. De wetenschap lijkt zelf bijna-wonderen te produceren.
Regelmatig worden nieuwe wetenschappelijke vondsten als overschrijding van het schier onmogelijke gepresenteerd. Dit draagt bij aan het gevoel dat wonderen bestaan.
Het onderscheid tussen werkelijkheid en science fiction is soms moeilijk.
Bron: Kurtz (2, blz. 86).

3.2. De wetenschap lijkt te rationeel.
Gewone mensen, met te weinig kennis van wetenschap, maar wel beïnvloed door de talrijke instandhoudende factoren, zien aan de wetenschappelijke kant alleen ontkenning en negering. De wetenschap lijkt te sceptisch. De wetenschap lijkt daarmee geen oog te hebben voor wat er nog meer tussen hemel en aarde is. De wetenschap wordt ook ervaren als te onpersoonlijk en te weinig geïnteresseerd in de zin en de waarde van het menselijke bestaan.
Bron: Nanninga (1, blz. 13).

3.3. De wetenschap zendt een tegenstrijdige boodschap uit:
zij communiceert zelf wel prestaties te leveren die boven het mogelijk geachte uit lijken te gaan, maar negeert dit soort berichten van anderen.
Dit bevordert niet dat de kritische inbreng van de wetenschap serieus wordt genomen.

4.
De rol van het onderwijs.

4.1.
In het onderwijs wordt weinig of geen aandacht geschonken aan dit soort zaken. Er rust een taboe op het onderwerp paranormaliteiten en pseudo-wetenschappen.
We zouden in het onderwijs een veel grotere nadruk moeten leggen op het ontwikkelen van kritische intelligentie.

4.2.
Er zijn complete(zelfs 4-jarige) opleidingen voor astrologie, homeopathie, enz.
Dit bevestigt de indruk dat het hier om serieus te nemen disciplines gaat.

5.
De rol van de godsdienst.
Godsdienst zelf draagt ook bij aan de instandhouding van het geloof in wonderen. In bijbelse teksten wordt gewag gemaakt van gebeurtenissen die als een wonder opgevat kunnen worden.
Het is echter zeker niet zo dat mensen wonderen, als zij erin geloven, altijd toeschrijven aan ingrijpen van God. Dit bleek uit een onderzoek uit 2004 van de theologe Anne-Marie Korte, uitgevoerd op ruim 500 brieven met wonderverhalen die het KRO-televisieprogramma “Wonderen bestaan” ontving.

6.
De rol van andere culturen.
Andere culturen kunnen wijsheden hebben die wij niet kennen. 
Deze factor wordt door Renckens (3, blz. 155-156) genoemd als een van de verklarende factoren voor de bloei van alternatieve geneeswijzen, maar deze factor geldt waarschijnlijk algemener.

7.
De enorme overdosis aan informatie.
Door Kurtz (2, blz. 88) als volgt geformuleerd: “We worden voortdurend gebombardeerd met allerlei claims en beweringen, of het nu gaat om medicijnen, economie, politiek, het paranormale of wat dan ook. Zelfs voor de meest ontwikkelde mensen wordt het steeds moeilijker om de diverse claims naar waarde te schatten en uit te maken wat waar is en wat niet.”

8.
Er is te weinig contra-informatie.
Vanaf de kant van de wetenschap, het onderwijs en de media wordt maar weinig contra-informatie geboden voor een groter publiek.

9.
Het afnemend gezag van autoriteiten.
Ook deze factor wordt door Renckens (3, blz. 157) al in 1992 genoemd als een van de verklarende factoren voor de bloei van alternatieve geneeswijzen. Zijn formulering:
“Het vertrouwen in van oudsher met gezag beklede beroepsgroepen (zoals behalve ook artsen, rechters, politiemensen, accountants, burgemeesters) is thans veel minder sterk dan vijfentwintig jaar geleden.”
We kunnen echter rustig stellen dat deze factor algemener geldt m.b.t. het geloof in paranormale zaken en dat de in het geding zijnde beroepsgroepen in aantal toenemen. Topbankiers en wetenschappers bijv. zitten inmiddels ook in deze categorie.
Opvallende recente voorbeelden van toenemend wantrouwen:

   - de ophef over al dan niet inenten tegen de Mexicaanse griep,

   - de geruchtmakende gerechtelijke dwalingen in enkele moordzaken,

   - de kreditcrisis en de rol van banken daarin,

   - de openlijke twijfel over de problematiek m.b.t. het klimaat.

10.
De voordelen voor pseudo-wetenschappers.
Pseudo-wetenschappen zijn een weg tot bekendheid / bewondering / machtsuitoefening / inkomsten.
Er zullen dus steeds opnieuw mensen zijn die dit doorhebben en deze branche induiken.