Over innovatie

J. de Ruiter
Oktober 2017

Waarom is innovatie vaak niet zo eenvoudig?

Innovatie heeft niet direct te maken met het oplossen van een gegeven probleem, maar meer met het zoeken van problemen bij een gegeven oplossing!
Dit klinkt in eerste instantie nogal raadselachtig. Om hierin meer helderheid te krijgen zullen we iets nader moeten ingaan op drie vraagstukken:

  • Bij een gegeven probleem: naar een methodiek zoeken die een oplossing geeft.
  • Bij een gegeven methodiek: naar problemen zoeken die hiermee oplosbaar zijn.
  • Bij een gegeven oplossing en methodiek: naar problemen zoeken die op soortgelijke wijze oplosbaar zijn.

A.
Bij een gegeven probleem: naar een methodiek zoeken die een oplossing geeft.

Voorbeelden

1.

Bij hoofdpijn helpt vaak:

  • medicatie (aspirine, paracetamol),
  • homeopathie,
  • een andere paranormale geneeswijze (bijv. handoplegging)
  • enz.

2.

Bij een onbeheersbaar geworden grote organisatie kan een oplossing gevonden worden in:

  • reorganisatie (bijv. overgang op een gedecentraliseerd model met autonome business units),
  • regelgeving (met als doel bijv. strakke, directieve en bureacratische besturing),
  • enz.

3.

Bij drugscriminaliteit kan een oplossing gezocht worden

  • in de sfeer van aanpassing van het wetboek van strafrecht (bijv. om drugs te legaliseren),
  • in de sfeer van intensievere bestrijding (bijv. via meer blauw op straat)
  • enz.

Een belangrijke vraag bij het zoeken naar een oplossing is: in welke sfeer wordt de oplossing gezocht, ofwel uit welk domein komen de oplossingshulpmiddelen?
Te gebruiken term: methodiek.
Er zijn dus altijd 3 dimensies te onderscheiden: probleem, oplossing en methodiek.

De gegeven voorbeelden maken direct de volgende conclusie duidelijk:

Postulaat 1
Bij een gegeven probleem kunnen meerdere methodieken zijn die tot een oplossing leiden.

De begrippen probleem, methodiek en oplossing zullen we zeer ruim interpreteren.
Een probleem kan van alles inhouden: een goed gedefiniëerd wiskundig probleem, een organisatievraagstuk, een beveiligingsprobleem, een medische klacht (zelfs een vage medische klacht), om maar eens enkele voorbeelden te noemen.
Een oplossing kan inhouden: een wiskundig bewijs, aangepaste wetgeving, of nog totaal iets anders, zoals vermindering van een medische klacht. Enz., enz.

Een bekend feit is ook het volgende:

Postulaat 2
Als een probleem leidt tot een oplossing, dan kan de oplossing vervolgens zelf weer tot nieuwe problemen leiden.

Problemen van vandaag kunnen ontstaan door oplossingen van gisteren.
Of zelfs: de oplossing kan erger blijken te zijn dan het probleem!

Voorbeeld
Van medicijnen, met bewezen werking tegen de aandoening waarvoor ze bedoeld zijn, kan jaren later alsnog blijken dat ze ernstige bijverschijnselen veroorzaken.

B.
Bij een gegeven methodiek: naar problemen zoeken die hiermee oplosbaar zijn.

Dit is een vrij algemeen voorkomende werkwijze. Als een methodiek (krachtig) werkt bij het oplossen van een bepaald probleem, dan suggereert alleen al de kracht van de werking om naar andere toepassingen te zoeken. Nieuwe toepassingsmogelijkheden van een bepaald methodiek blijken ook vaak bij toeval.

Voorbeelden

1.
Nadat bekend was dat aspirine een werkzame medicatie bij griep is, is later gevonden dat aspirine ook bewezen effect heeft bij de behandeling van bepaalde hartproblemen.

2.
In de geneeskunde werd bestraling aanvankelijk gebruikt om kwaadaardig weefsel te doden. Later werd ontdekt dat bestraling ook goed in te zetten is bij pijnbestrijding.

3.
Wapens waren in de eerste plaats bedoeld om te vechten, maar kregen al spoedig de functie van afschrikmiddel (middel om vechten juist te vermijden).

4.
Belastingen waren oorspronkelijk alleen bedoeld om geld binnen te halen, maar kregen gaandeweg ook tot doel om bepaalde vormen van ongewenst gedrag te ontmoedigen.

C.
Bij een gegeven oplossing en methodiek: naar problemen zoeken die op soortgelijke wijze oplosbaar zijn.

Als een gegeven probleem m.b.v. een bepaalde methodiek opgelost kan worden, dan zou men ook de vraag kunnen stellen of er meer problemen te vinden zijn die ook op deze wijze opgelost kunnen worden.

Een specifiek geval hiervan is het volgende:

Postulaat 3
Als probleem P m.b.v. methodiek M opgelost kan worden en probleem P is een bijzonder geval van probleem P’, dan is het zinvol te onderzoeken of probleem P’ ook m.b.v. methodiek M opgelost kan worden.
Zoeken of generalisatie mogelijk is is een zinvolle strategie.

Voorbeelden

1.
In wiskundige theorieën is het zoeken naar generalisaties een frequent gebruikte aanpak.

2.
De ontwikkelingen in de behandeling van huidkanker geven veel voorbeelden van generalisatie te zien. Het is nogal voor de hand liggend dat na de vondst van een in meerdere of mindere mate werkzame behandeling bij een bepaalde vorm van huidkanker deze behandeling ook geprobeerd wordt op andere vormen van huidkanker c.q. huidkanker in het algemeen.

3.
De oplegging van taakstraffen na het plegen van misdrijven heeft in de afgelopen jaren een behoorlijke groei te zien gegeven.
Misschien overbodig, maar ter verduidelijking: de relatie met postulaat 3 is hier de volgende:
Beschouw een bepaald delict.
P: welke straf is adequaat voor een bepaald delict?
M: een taakstraf opleggen.
P’: welke straf is adequaat voor een grotere klasse van delicten?

Een algemenere, maar aanzienlijk moeilijker strategie is neergelegd in het volgende postulaat.

Postulaat 4
Als een gegeven probleem een oplossing O heeft, dan is het zinvol om de vraag te stellen voor welke andere problemen O ook een oplossing is.
Als deze zoektocht positieve resultaten oplevert, dan is sprake van innovatie.

Voorbeelden

1.
Destijds werd bij de uitvinding van de telefoon (in Amerika) gedacht dat de grootste potentie van dit nieuwe medium zou liggen in het reduceren van de eenzaamheid van de farmer.
Het aantal toepassingen van de telefoon bleek echter toch al snel voor uitbreiding vatbaar.

2.
Thomas Edison was van mening dat de waarde van de bandrecorder voornamelijk was gelegen in de mogelijkheid voor stervenden om hun laatste wens vast te leggen.

3.
Marconi, de uitvinder van de radio, zag deze als een draadloze telegraaf van punt A naar punt B. De werkelijke kracht bleek later te liggen in het uitzenden van programma’s (dus van één punt naar veel punten).

4.
Het leger was in eerste instantie alleen bedoeld om in geval van oorlogsdreiging het land te beschermen. Een belangrijke toepassing nu ligt in de inzetbaarheid bij inmenging in buitenlandse conflicten.

5.
Nooitgedacht, van oudsher een schaatsfabriek, zag in dat hun oplossing (houtbewerking) om schaatsen te maken ook ingezet kon worden om houten speelgoed te gaan maken.

6.
De computer (later pc) was eerst bedoeld om complexe en /of omvangrijke berekeningen uit te voeren. De latere toepassingen werden echter tekstverwerking en vervolgens communicatie.

7.
Teleconferencing was in eerste instantie bedoeld om reiskosten en tijdverlies terug te brengen die conferenties met zich meebrengen. Dit bleek tegen te vallen. Mensen zoeken toch sociaal contact. Video blijft een koel medium. De echte toepassing werd niet zozeer vervanging van conferenties maar aanvulling op conferenties. Zonder extra tijdverlies en reiskosten kan toch tussentijds vergaderd worden.

8.
Internet is destijds ontstaan als een initiatief met geheel andere bedoelingen dan je nu zou denken. 
Als reactie op de lancering van de Spoetnik door de Sovjet-Unie op 4 oktober 1957 werd binnen het Amerikaanse ministerie van defensie het Advanced Research Projects Agency (ARPA) opgericht. ARPA moest technologie ontwikkelen die de Amerikaanse defensie in staat zou stellen om niet verrast te worden door de (naar nu bleek) technologisch geavanceerde vijand. Het resultaat was ARPANET (ARPA Network), een communicatienetwerk dat vijandige aanvallen moest kunnen overleven. De ARPA-denktank ontwikkelde hiervoor een technologie die voor de aan ARPA verbonden universiteiten de mogelijkheid bood om elkaars computersystemen te gebruiken, maar dan zeer goed afgeschermd. De technologie kwam neer op wat wij nu TCP-IP noemen: de gegevens worden opgesplitst in kleine pakketjes, deze pakketjes worden afzonderlijk via de beste route naar de eindbestemming gestuurd en op de eindbestemming worden ze weer samengesteld tot het oorspronkelijke bericht. 

9.
De voorbeelden 6, 7 en 8 zijn slechts enkele voorbeelden van een technologie die heden ten dage is uitgegroeid tot een warenhuis van oplossingen en die bekend staat onder de naam ICT: Informatie- en communicatietechnologie.

10.
Ook twee belangrijke voorbeelden van innovatie zijn:

  • bij een bestaande produkt-markt combinatie nieuwe produkten zoeken voor de bestaande markt,
  • of nieuwe markten zoeken voor het bestaande produkt.

Beide zoektochten passen binnen de formulering van postulaat 4.
We laten dit even zien voor de tweede zoektocht: zijn er bij een bestaande produkt-markt combinatie andere markten voor dit produkt?
Als produkt p past bij markt m, dan is produkt p een oplossing voor het probleem welk produkt past bij markt m?  We zoeken nu naar markten m* zodanig dat voor het probleem welk produkt past bij markt m*? (een ander probleem dus) produkt p ook een oplossing is.

11.
Tot slot een voorbeeld dat misschien niet direct onder postulaat 4 lijkt te vallen.
Op seminars en conferenties worden vaak oplossingen gepresenteerd waarbij de toehoorders uitgedaagd worden om ze toe te passen in de eigen situatie. M.a.w., men moet zelf nagaan in hoeverre men hier iets mee kan doen. Op de bijeenkomst worden daartoe hoge verwachtingen gewekt, gestimuleerd door enige sprekende voorbeelden, die meestal toch verschillen van de eigen situatie.

Voorgaande voorbeelden maken ook duidelijk dat de begrippen oplossing en probleem direct in verband te brengen zijn met de de begrippen uitvinding en toepassing. Een uitvinding is een nieuwe vondst, vaak van technische aard, die in bepaalde gevallen het resultaat is van het zoeken naar een oplossing voor een concreet probleem, maar in andere gevallen meer het karakter van een toevallige ontdekking heeft. Ook dan rijst al snel de vraag naar toepassingsmogelijkheden van deze uitvinding. Zijn er problemen (al aanwezige bekende problemen of nieuw te bedenken problemen) waar deze uitvinding een oplossing voor biedt?  Het stellen van deze vraag leidt dus tot een zoektocht die gericht is op innovatie.

Hoewel innovatie heel vaak een moeilijke zoektocht betekent, geldt dit soms ook echter niet.
Een voorbeeld:
Stel dat een bepaald produkt is uitgevonden. Naar een markt zoeken hoeft dan niet gemakkelijk te zijn. Maar gelukkig is er een wetmatigheid die dan kan helpen: voorraad creëert zijn eigen vraag. D.w.z. mensen weten niet dat ze iets willen hebben, totdat ze zien dat ze het kunnen hebben (J.B. Say, Franse economoom, 19e eeuw).

De meeste mensen zijn gewend, misschien vooral wel in hun werk, om eerst een probleem te definiëren en er dan oplossingen bij te bedenken. Dit past bij onze grondhouding om deductief (stelselmatig, analytisch en afleidenderwijs) te werken.
Als het echter gaat om al gevonden oplossingen, dan hebben we niet direct de neiging om hierbij nieuwe problemen te zoeken. Handelen in de sfeer van postulaat 4 houdt in: van een gegeven oplossing / oplossingsmethode / methodiek / techniek de kracht (d.i. de toepasbaarheid) herkennen en er vervolgens andere problemen mee oplossen. Hier is niet op voorhand duidelijk in welke richting gezocht moet worden en gaat het meer om het herkennen van latente mogelijkheden. Dit vereist blikwisseling. Intuïtie is dan ook van belang.
Dit wordt (als tegenhanger van deductief) wel inductief werken genoemd.
Innovatie Is niet zozeer dingen die men al doet nog beter doen, maar dingen doen die men nog niet doet.

NB
Innovatie volgens Van Dale: invoering van iets nieuws, of technische, industriële vernieuwing.
Uitvinding volgens Van Dale: een vernuftig gevonden oplossing, meestal op technisch gebied.